Endometritis (post partum, post breeding, chronisch)

Streptococcus equi subsp. zooepidemicus, Escherichia coli, Pseudomonas aeruginosa, Klebsiella pneumoniae

Indicaties en opmerkingen

Endometritis kan ontstaan na de partus of na het insemineren. Anatomische afwijkingen (bv. pneumovagina), een verlaagde immuniteit ter hoogte van de uterus, hormonale invloeden (verhoogd gehalte aan progesteron) kunnen het ontstaan van een endometritis in de hand werken. Een verhoogde secretie vanuit de uterus of een mechanische afwijking waardoor uterussecreten niet afgevoerd worden, spelen een belangrijke rol bij het ontstaan van endometritis. Endometritis kan acuut of chronisch voorkomen. Endometritis kan de fertiliteit van de merrie in negatieve zin beïnvloeden door het ongunstig milieu in de uterus.

De diagnose is gebaseerd op de klinische symptomen, resultaten van bacteriologisch en cytologisch onderzoek en bevindingen bij echografie. Zichtbare uitvloei wordt zelden opgemerkt. Merries met ‘post-breeding endometritis’ vertonen vocht in de uterus na het dekken of insemineren.

PREVENTIE EN BEHANDELING

1. Preventie:

  • Preventief kunnen anatomische afwijkingen gecorrigeerd worden.
  • Om ‘post partum endometritis’ te voorkomen, moet de grootst mogelijke hygiëne gerespecteerd worden bij de partus. Dit geldt in het bijzonder wanneer diergeneeskundig ingrijpen noodzakelijk is.
  • Ook bij dekking of inseminatie is hygiëne zeer belangrijk. Het aantal dekkingen of inseminaties tijdens een oestrus moet beperkt gehouden worden. De penis van de hengst moet schoon gehouden worden. Gebruikt materiaal bij toepassen van kunstmatige inseminatie moet uiteraard steriel zijn.

2. Lokale behandeling:

Acute endometritis

  • Herhaaldelijk spoelen van de uterus met fysiologische zoutoplossing is aangewezen. De contractiliteit van de uterus kan verhoogd worden door systemische toediening van oxytocine. Meestal is een antibioticumbehandeling niet nodig, tenzij bij koorts en algemene symptomen.
  • Het is aan te bevelen dat de keuze van het antibacterieel middel altijd gebeurt op basis van cultuur en gevoeligheidstesten. Sommige antibiotica moeten gebufferd worden om hun werking optimaal te kunnen uitoefenen in het baarmoedermilieu. Gebufferde oplossingen met gentamicine of met (amino)penicilline worden toegepast voor behandeling van infecties met respectievelijk Gram-negatieve of Gram-positieve kiemen. Sommige antibiotica, zoals enrofloxacine, kunnen leiden tot vergroeiingen als ze intra-uterien worden toegediend en zijn daarom tegenaangewezen.

Chronische endometritis

  • Bij chronische endometritis kan een lokale behandeling, zoals beschreven bij acute endometritis, niet altijd soelaas bieden. In de literatuur worden nieuwe, aanvullende strategieën beschreven, zoals het toevoegen van mucolytica (bv. DMSO, N-acetylcysteine) of chelatoren (Tris-EDTA) aan de intra-uteriene spoelvloeistof. Deze middelen dragen bij tot de effectiviteit van een intra-uteriene antibacteriële therapie. Ook systemische toediening van corticosteroïden (prednisolone, dexamethasone) tijdens de oestrus werd reeds beschreven als eventuele aanvulling op een klassieke lokale behandeling.

3. Systemische behandeling:

  • Een systemische behandeling kan al of niet in combinatie met een lokale behandeling worden toegepast. Bij een acute lochiometra post partum is een systemische behandeling enkel aangewezen indien het dier algemeen ziek is. Bij post breeding en chronische endometritis verdient een lokale behandeling de voorkeur, tenzij op basis van de antibiogramresultaten een antibacterieel middel moet aangewend worden dat enkel via parenterale weg kan toegediend worden.
  • Het is aan te bevelen dat de keuze van het antibacterieel middel altijd gebeurt op basis van cultuur en gevoeligheidstesten.

Keuze van het antibioticum/chemotherapeuticum. (Klik op de naam om de bijsluiter te raadplegen)

INDELING OP BASIS VAN WETENSCHAPPELIJK CRITERIA.

Belangrijke nota: het gebruik van niet-vergunde middelen is onderhevig aan de cascaderegelgeving
Eerste keuze(s)
sulfadiazine + trimethoprim 1sulfadoxine + trimethoprim (amino)benzylpenicilline + aminoside (combinatie niet vergund) ampicilline
Tweede keuze(s)
/
Derde keuze(s)
3de/4de generatie cefalosporine (niet vergund) fluoroquinolone (niet vergund)
Voetnoten

1: Vergunning betreft enkel infecties geassocieerd met beta-hemolytische streptokokken.

+ Aanvullingen

Bij ernstige acute endometritis en lochiometra na de partus kan de patiënt een slechte eetlust vertonen en is behandeling per os minder aangewezen. De combinatie trimethoprim + sulfonamide wordt in dit geval best intraveneus gegeven.

Voor E. coli heeft behandeling met trimethoprim + sulfonamide de voorkeur.

Bij Pseudomonas aeruginosa moet rekening gehouden worden met natuurlijke resistentie tegenover aminopenicillines. Op basis van de in vitro gevoeligheid is vaak het gebruik van gentamicine (aminoside) geïndiceerd bij P. aeruginosa en Klebsiella spp.

Voor Streptococcus spp. heeft behandeling met penicilline G de voorkeur, gezien de zeer goede gevoeligheid van streptokokken tegenover deze actieve substantie.

In levensbedreigende gevallen is uitbreiding van het werkingsspectrum van systemische antibacteriële middelen aangewezen. Gentamicine wordt vaak gecombineerd met een beta-lactam antibioticum voor breedspectrum activiteit. Ook een synergistische werking wordt hiermee beoogd.