Peri-operatieve antibacteriële behandeling

Indicaties en opmerkingen

De meest frequent in de praktijk uitgevoerde buikoperatie bij rundvee in België is de keizersnede. Buikoperaties kunnen echter eveneens uitgevoerd worden om op chirurgische wijze pathologie van het spijsverteringsstelsel te behandelen zoals lebmaagverplaatsing, traumatische reticuloperitonitis, caecumdilatatie en/of torsie, darminvaginatie, mesenteriumtorsie, …

Perioperatief gebruik van antibacteriële middelen bij buikoperaties moet de ontwikkeling van peritonitis en/of wondinfectie tegengaan. De beslissing tot het gebruik van antibacteriële middelen moet in sterke mate gebaseerd zijn op de (verwachte) contaminatiegraad van het operatiegebied. Operatiewonden worden op hun beurt onderverdeeld in 4 categorieën die een weergave zijn van hun infectiegevoeligheid:

Proper:

  • Electieve chirurgische wonde die primair gesloten wordt
  • Normale aseptische techniek zonder asepsiebreuk
  • Niet insnijden van geïnflammeerde weefsels
  • Gastro-intestinale, respiratoire en/of genito-urinaire wegen worden niet ingesneden

Proper-gecontamineerd:

  • Minimale breuk in de asepsie
  • Insnijden van gastro-intestinale, respiratoire en/of genito-urinaire wegen met minimale contaminatie

Gecontamineerd:

  • Belangrijke breuk in de asepsie
  • Belangrijke contaminatie met gastro-intestinale inhoud; aanwezigheid van geïnfecteerde urine bij openen genito-urinaire wegen

Vuil:

  • Uitgesproken breuk in de asepsie
  • Belangrijke fecale contaminatie of openen van met pus gevulde ruimte
  • Insnijden van weefsels die acuut bacterieel geïnfecteerd zijn

Buikoperaties voor correctie van een lebmaagverplaatsing zonder insnijden van de lebmaag vallen onder de categorie ‘proper’. Alle andere buikoperaties vallen onder de categorie ‘proper gecontamineerd’ zolang de contaminatie onder controle gehouden wordt.

Afhankelijk van het verwachte contaminatiegevaar kan men preoperatief antibacteriële middelen toedienen. Om effectieve bloedspiegels te verkrijgen, dient men de injectie 15’ voor chirurgie toe op intraveneuze wijze of 60’ voor chirurgie via intramusculaire manier. Voor beide eerste categorieën is dit niet vereist.

De peroperatief meest geschikte antibacteriële middelen bij buikoperaties zonder uitvoeren van een enterotomie zijn beta-lactam antibiotica zoals penicilline. In geval men een enterotomie uitvoert, wordt best een breedspectrum antibacterieel middel gekozen.

Propere en proper-gecontamineerde operatiewonden hoeven niet langer dan 24 uur postoperatief behandeld te worden met antibacteriële middelen. Na 24 uur kleven de wondranden voldoende stevig aan elkaar om kolonisatie van bacteriën onmogelijk te maken. Ingeval van een gecontamineerde of vuile operatiewonde is een langere nabehandeling met antibacteriële middelen aangewezen. De keuze van het antibacterieel middel moet zo gericht mogelijk zijn, gebaseerd op de meest waarschijnlijke contaminanten (bv. anaëroben ingeval van rumenotomie), of op cultuurresultaten. De minimale duur van deze nabehandeling is 3 tot 5 dagen. Een verlenging van de behandelingsduur wordt bepaald door klinisch onderzoek (algemene en/of lokale tekenen van infectie).

Het optimaliseren van de omstandigheden waarin de buikoperatie wordt uitgevoerd (keizersnede-box, goede fixatie koe, sedatie, propere omgeving, …), doorgedreven aandacht voor asepsie (breed scheren, preparatie operatieveld, steriele handschoenen, contaminatie tijdig indijken en door overvloedig spoelen minimaliseren, …) en het correct toepassen van chirurgische principes verminderen de kansen op contaminatie en de ontwikkeling van wondinfectie waardoor het gebruik van antibacteriële middelen sterk kan gereduceerd worden.

+ Aanvullingen