Peritonitis

menginfectie met o.a. anaëroben, Escherichia coli, Pasteurella spp.

Indicaties en opmerkingen

Buikvliesontsteking bij runderen kan ontstaan door een infectie van buiten uit (bv. operatie of trauma), van binnen uit (bv. traumatische reticuloperitonitis, perforerende lebmaagulceratie, invaginatie,…) of door hematogene spreiding vanuit een andere infectiehaard (bv. polyserositis).

Bij operatieve ingrepen moet asepsie gerespecteerd worden en bij het insnijden van gecontamineerde organen (darm, pens, baarmoeder) moet bezoedeling van het abdomen vermeden worden. Bij bezoedeling moet het abdomen overvloedig gespoeld worden met fysiologische zoutoplossing. In de Belgische situatie wordt peritonitis het meest gezien als complicatie van de keizersnede. Gebruik van NSAIDs of cortisone kan aangewezen zijn.

Keuze van het antibioticum/chemotherapeuticum. (Klik op de naam om de bijsluiter te raadplegen)

Eerste keuze(s)
florfenicol procaïne benzylpenicilline trimethoprim + sulfonamiden 1
Tweede keuze(s)
amoxicilline 1ampicilline 1oxytetracycline
Derde keuze(s)
/
Voetnoten

1: AR 3: Hoog voorkomen van resistentie bij Escherichia coli

+ Aanvullingen

+ Staalname en diagnostiek

De diagnose wordt vermoed op basis van klinische symptomen, bloedonderzoek en echografie. Bevestiging kan door biochemisch (> 30 g/L eiwit), cytologisch (> 10 000 witte bloedcellen/µL) en bacteriologisch onderzoek van buikvocht na een abdominocentesis.

Hoe bemonsteren?

Het verzamelen van buikvocht dient op een strikt aseptische manier gebeuren. De plaats van punctie moet hiervoor geschoren en gedesinfecteerd worden. Blinde punctie van het abdomen kan gebeuren craniaal links t.h.v. het xiphoid, in de mediaanlijn 10-20 cm caudaal van de navel en rechts mediaal van de liesplooi. Gebruik van een beknopte sonde na lokale verdoving en lokale incisie wordt aangeraden ter voorkomen van accidenteel aanprikken van organen. Omdat er veel compartimentatie is bij het rund, gebeurt blinde punctie best op twee plaatsen. De beste methode is tegenwoordig punctie onder echografische begeleiding (met naald, zonder incisie huid).

Bij gestorven dieren kan een diagnose gesteld worden tijdens sectie op basis van de letsels, en kunnen organen bemonsterd worden voor bacteriologie. Er wordt voorkeur gegeven aan organen met beleg of de milt).

Hoe bewaren?

Buikvocht moet opgevangen worden in een steriel recipiënt, gekoeld bewaard (+/- 4°C) en zo snel mogelijk onderzocht worden. Anaerobe bacteriën kunnen betrokken zijn. Strikt anaeroben sterven snel af bij contact met zuurstof. Hun isolatie wordt daardoor sterk bemoeilijkt. Stalen worden daarom best luchtdicht en zo snel mogelijk bezorgd aan het laboratorium om hun isolatiekansen te verhogen.