Vlekziekte

Erysipelothrix rhusiopathiae

Indicaties en opmerkingen

Erysipelothrix rhusiopathiae komt voor als normale bewoner van de tonsillen. De kiem overleeft bovendien goed in mest. Infectie gebeurt vooral oraal maar ook huidletsels zijn een ingangspoort. De kiem veroorzaakt een septicemie met koorts en veralgemeende vaatschade en thrombusvorming. Ook hemolyse wordt gezien. In acute gevallen ziet men septicemie-symptomen met huidletsels of zelfs sterfte en in subacute vormen vallen vooral de huidletsels op. Daarnaast worden ook de gewrichten aangetast. Een synovitis kan dan evolueren tot chronische, fibrineuze, proliferatieve letsels die moeilijk te behandelen zijn. Endocarditis ter hoogte van de hartkleppen is eveneens een frequent voorkomend letsel. Van E. rhusiopathiae kent men een groot aantal serotypes. De meeste stammen die geïsoleerd worden bij varkens behoren tot de serotypes 1 of 2.

Preventief kan gevaccineerd worden.

Behandeling met antibacteriële middelen is belangrijk bij de acute en subacute vorm maar heeft weinig effect bij chronische artritis of endocarditis.

Keuze van het antibioticum/chemotherapeuticum. (Klik op de naam om de bijsluiter te raadplegen)

Eerste keuze(s)
procaïne benzylpenicilline lincomycine lincomycine + spectinomycine procaïne benzylpenicilline + neomycine
Tweede keuze(s)
amoxicilline ampicilline doxycycline oxytetracycline tilmicosine tylosine
Derde keuze(s)
/

+ Aanvullingen

Er zijn weinig recente gegevens van gevoeligheid bij stammen uit Europa. Een goede gevoeligheid van de bacterie aan beta-lactamantibiotica, tetracyclines en macroliden wordt vermeld. E. rhusiopathiae is gewoonlijk resistent tegen aminoglycosiden, zoals neomycine.

Op bedrijfsniveau is het belangrijk om vaccinatie toe te passen en niet alleen de zeugen te beschermen maar ook de biggen een goede maternale bescherming mee te geven.