Wond- en huidinfecties

Indicaties en opmerkingen

Wond- en huidinfecties bij varkens komen frequent voor, meestal in aansluiting met huidletsels zoals vechtwonden, schuurletsels, trauma ten gevolge van ruwe ondergrond en injecties. Een scala aan bacteriën kan dergelijke letsels koloniseren: Bacteroides, Clostridia, stafylokokken, Trueperella pyogenes, streptokokken, Actinobacillus suis, enz.

Aandacht moet besteed worden aan de oorzaak (stalinfrastructuur, injectietechniek, vermengen van biggen, …).

Afhankelijk van de aard van het letsel kunnen lokale behandeling of systemische behandeling met antibacteriële middelen aangewezen zijn.

Een abces moet eerst geopend en gedraineerd worden voordat een eventuele behandeling wordt ingezet.

+ Aanvullingen

Aangezien het veelal individuele dieren betreft wordt de voorkeur gegeven aan lokale of parenterale behandeling. Voor anaëroben zijn weinig gevoeligheidsgegevens voorhanden. De meeste anaëroben zijn goed gevoelig. Evenwel moet rekening gehouden worden met mogelijke inactiviteit in vivo van trimethoprim + sulfonamiden bij anaërobe kiemen.

Bacteroides is soms resistent aan penicilline en tetracycline.

Fluoroquinolones hebben een minder goede werking tegen anaëroben.

Lokale behandeling verdient de voorkeur. Enkel ingeval systemische uitbreiding te verwachten is, kan men parenteraal behandelen.

+ Staalname en diagnostiek

Plaats staalname:/i>

Op de huid komt een normale microbiota voor die het staal kan contamineren. Verzamel wondvocht op een swab ter hoogte van de letsels. Bij diepe wonden kan vocht verzameld worden via een steriele naald en spuit.

Bij abcessen: het oppervlak desinfecteren en de inhoud aspireren in een spuit of etter verzamelen op een swab. De grootste kans op isolatie wordt verkregen door stalen te nemen aan de wand van het abces en niet in het midden van het abces. De kans op isolatie van oorzakelijke kiemen uit abcessen kan tegenvallen, bijvoorbeeld omdat het een steriel of oud abces is.

Hoe bewaren:

Anaërobe bacteriën kunnen betrokken zijn. Strikt anaëroben sterven snel af bij contact met zuurstof. Hun isolatie wordt daardoor sterk bemoeilijkt. Stalen worden daarom best zo snel mogelijk bezorgd aan het laboratorium om hun isolatiekansen te verhogen. Gebruik bij voorkeur een anaëroob transportmedium. Stalen moeten gekoeld (+2°C tot +6°C) worden om te vermijden dat residentiële bacteriën de eventueel aanwezige pathogene kiemen zouden gaan overwoekeren.