Bronchitis/(Broncho)pneumonie/Kennelhoest

Staphylococcus spp., Streptococcus spp. o.a. zooepidemicus, Enterobacteriaceae (Escherichia coli, Klebsiella), Pasteurella multocida, eventueel anaëroben, Bordetella bronchiseptica, Mycoplasma spp.

Indicaties en opmerkingen

Bronchitis/bronchopneumonie/kennelhoest wordt vaak veroorzaakt door een menginfectie, secundair aan een virale infectie. Bij kennelhoest kunnen Bordetella bronchiseptica en soms Mycoplasma spp. betrokken zijn als niet-virale veroorzakers. Antibiotica zijn over het algemeen niet geïndiceerd, tenzij bij een eventueel optredende pneumonie, bij algemene ziektesymptomen of bij sepsis. Niet-infectieuze en parasitaire oorzaken dienen te worden uitgesloten.

Het verzamelen van broncho-alveolair aspiraat onder begeleiding van bronchoscopie of een transtracheale wash kan een diagnose helpen ondersteunen. Na het aanleggen van een cultuur kan een gevoeligheidstest uitgevoerd worden. Het pathogeen belang van Mycoplasma spp. na positieve cultuur is echter niet eenduidig. Tijdens het verzamelen van broncho-alveolair aspiraat kan orale contaminatie optreden. Bovendien kunnen Mycoplasma spp. voorkomen in de trachea van gezonde honden. Ook werd B. bronchiseptia reeds terug gevonden bij gezonde honden, terwijl bij honden met symptomen van kennelhoest niet altijd B. bronchiseptica geïsoleerd kan worden.

Bij een aspiratiepneumonie zijn initieel meestal weinig bacteriën betrokken, maar dit evolueert meestal naar een secundaire polybacteriële infectie met betrokkenheid van anaëroben.

Correcte vaccinatie, een goede bedrijfsvoering bij in groep gehouden dieren en goede hygiëne zijn uitermate belangrijk in de preventie. De infectiedruk dient gecontroleerd te worden door overbezetting te vermijden, gecombineerd met een goede ventilatie. Nieuwe dieren dienen in quarantaine gehouden en vervolgens gevaccineerd te worden. Vaccinatie tegen kennelhoest kan geen infectie voorkomen, maar kan de ernst van de klinische symptomen verminderen. Hygiënische maatregelen (kledij, schoeisel) zijn nodig bij het betreden van plaatsen waar meerdere dieren verblijven.

Keuze van het antibioticum/chemotherapeuticum. (Klik op de naam om de bijsluiter te raadplegen)

Eerste keuze(s)
amoxicilline + clavulaanzuur 1doxycycline
Tweede keuze(s)
cefalexine 1amoxicilline 1lincomycine
Derde keuze(s)
enrofloxacine marbofloxacine
Voetnoten

1: Amoxicilline (+ clavulaanzuur) en cefalexine zijn niet werkzaam tegen infecties veroorzaakt door Mycoplasma spp. omwille van intrinsieke resistentie.

+ Aanvullingen

Pneumoniehaarden zijn moeilijk te bereiken met antibacteriële middelen.

Voor Bordetella bronchiseptica worden hoge minimum inhibitorische concentraties (MICs) van cefalexine en (amino)penicillines gerapporteerd. De grote meerderheid van de stammen vertoont geen resistentie tegenover de combinatie van amoxicilline met clavulaanzuur.

Doxycycline dringt diep door in de luchtwegen maar heeft een bacteriostatische werking. Doxycycline is zowel werkzaam ten opzichte van de meeste B. bronchiseptica isolaten als ten opzichte van Mycoplasma spp. Ook de fluoroquinolones zijn effectief tegenover beide, maar het gebruik van deze substanties moet beperkt worden omwille van het humaan zeer kritische karakter.

Staphylococcus (pseud)intermedius, β-hemolytische Streptococcus spp. en E. coli kunnen resistentie vertonen tegenover doxycycline. De meeste Pasteurella multocida stammen zijn gevoelig aan doxycycline. Anaëroben vertonen een variabele gevoeligheid aan doxycycline.

Cefalexine heeft een overwegend Gram-positief werkingsspectrum. De Gram-negatieve Pasteurella spp. zijn doorgaans ook gevoelig aan cefalexine. De gevoeligheid van Enterobacteriaceae aan cefalexine is variabel; verworven resistentie kan voorkomen. Anaëroben vertonen een variabele gevoeligheid aan cefalexine en amoxicilline.

Verworven resistentie van E. coli tegenover amoxicilline komt vrij vaak voor. Klebsiella spp. vertonen natuurlijke resistentie tegenover amoxicilline. Bij stafylokokken (S. (pseud)intermedius) geïsoleerd bij honden met klinische respiratoire symptomen werd resistentie tegen amoxicilline gerapporteerd.

Lincomycine heeft een Gram-positief werkingsspectrum. Ook veel anaëroben zijn gevoelig aan lincomycine.

De combinatie van penicilline G met neomycine is vergund voor intramusculaire/subcutane toediening aan honden, maar werd niet behouden voor classificatie, omwille van de neveneffecten bij parenteraal gebruik (voornamelijk nefro- en ototoxiciteit).

Enrofloxacine en marbofloxacine zijn niet werkzaam tegen anaëroben.