Salmonellose

Salmonella spp.

Indicaties en opmerkingen

Naast de bezorgdheid voor voedselveiligheid van producten afkomstig van varkens, komt Salmonellose ook klinisch voor bij varkens. In Europa wordt vooral kliniek gezien ingevolge niet-gastheerspecifieke types waaronder vooral Salmonella Typhimurium. Salmonellose uit zich vooral als een invasieve enteritis, soms gepaard met septicemie of endotoxineshock. De aandoening wordt vooral gezien bij jonge vleesvarkens, frequent naar aanleiding van voederovergangen. De ernstige darmschade die Salmonella veroorzaakt, leidt dikwijls tot blijvende letsels ter hoogte van de darmmucosa met slechte groei of darmstenose tot gevolg.

Er moet in eerste instantie aandacht besteed worden aan infectiedruk (hygiëne, hokbezetting, ...), ongeschikt maken van het darmmilieu (aanzuren, …), voedersamenstelling (meel vs. korrelvoer, ...) en management.

Bij een klinische uitbraak kan gebruik gemaakt worden van één van volgende antibacteriële middelen.

Keuze van het antibioticum/chemotherapeuticum. (Klik op de naam om de bijsluiter te raadplegen)

Eerste keuze(s)
apramycine gentamicine lincomycine + spectinomycine procaïne benzylpenicilline + neomycine
Tweede keuze(s)
colistine paromomycine
Derde keuze(s)
trimethoprim + sulfonamiden oxytetracycline enrofloxacine flumequine

+ Aanvullingen

Colistine wordt door de WHO gerangschikt als kritisch belangrijk antibioticum met de hoogste prioriteit (WHO, 2017). Het wordt daarom aanbevolen colistine niet als 1ste keuze middel te gebruiken bij bacteriële infecties bij dieren.

Spectinomycine en neomycine zijn elkeen vergund in combinatie met respectievelijk lincomycine en procaïne benzylpenicilline. Binnen deze combinaties vormen spectinomycine en neomycine de werkzame componenten tegen Salmonella. Salmonella spp. zijn immers intrinsiek resistent tegen lincosamiden en penicilline G.

Er is weinig resistentie gerapporteerd tegen aminosiden. Daarnaast zijn deze molecules goed beschikbaar ter hoogte van het darmmilieu. Ze vertonen doorgaans een minder goede distributie in de darm na IM toediening.

Voor paromomycine zijn geen gegevens beschikbaar qua gevoeligheid van Salmonella.

Salmonella is regelmatig resistent (> 50%) tegen trimethoprim + sulfonamiden en tetracyclines. Deze molecules werden derhalve bij derde keuze ingedeeld.

De fluoroquinolones bezitten een goede werkzaamheid tegen Salmonella.

Tegen aminopenicillines is er bij Salmonella veel resistentie. Bovendien is er een aanzienlijk risico op selectie van ‘Extended spectrum beta-lactamase’ (ESBL) / AmpC - producerende organismen bij gebruik van deze molecules. Deze molecules werden derhalve niet behouden voor classificatie.