Endometritis/Pyometra

Escherichia coli, Staphylococcus aureus, Streptococcus spp., Pseudomonas spp., Proteus spp.

Indicaties en opmerkingen

Pyometra is een ontsteking van de baarmoeder die vrij vaak voorkomt bij de intacte teef (4-8 weken na de oestrus). Teven die behandeld zijn met oestrogenen (drachtonderbreking) of progesteron (oestrussuppressie) hebben een hoger risico om pyometra te ontwikkelen. In een vroeg stadium geeft deze aandoening vaak aanleiding tot subtiele symptomen, zodat de diagnose meestal pas gesteld wordt in een gevorderd stadium van de ziekte. Als gevolg van een laattijdige diagnose kunnen sepsis, septische shock en multipel orgaanfalen optreden. Teven worden niet geïnfecteerd door een dekking of door de introductie van een nieuwe hond, maar door hun eigen bacteriële microbiota. De bacteriële infectie van de uterus bij pyometra is vaak secundair aan het ontstaan van cysteuze endometrium hyperplasie. Dit is niet zo bij een gewone endometritis, die postpartum plaatsvindt door een primaire bacteriële infectie (met Escherichia coli, streptokokken of stafylokokken) wanneer het progesterongehalte laag is. Het is vrijwel altijd een acuut proces en soms is de ontsteking zo hevig dat het myometrium eveneens ontstoken raakt (metritis). Veelal zijn de processen hemo-purulent van aard, slechts zelden zijn ze chronisch.

Voor pyometra kan een medicamenteuze of chirurgische (ovariohysterectomie) therapie worden ingesteld. De chirurgische behandeling verdient sterk de voorkeur, maar de keuze tussen beide behandelingen kan door verschillende factoren beïnvloed worden. De medicamenteuze therapie bestaat uit een middel dat de uterus doet contraheren om het exsudaat dat zich in het uteruslumen bevindt te verwijderen en uit een antibioticum na cultuur en antibiogram.

Indien niet met de teef wenst gefokt te worden, is het aanbevolen deze reeds op jonge leeftijd te castreren.

Keuze van het antibioticum/chemotherapeuticum. (Klik op de naam om de bijsluiter te raadplegen)

Eerste keuze(s)
De chirurgische behandeling verdient sterk de voorkeur. Aanvullend kan een kortstondige antibacteriële behandeling ingesteld worden.
cefalexine amoxicilline amoxicilline + clavulaanzuur
Tweede keuze(s)
Enkel bij sterk positieve cultuur
penicilline G doxycycline
Derde keuze(s)
enrofloxacine

+ Aanvullingen

Het therapiesucces van antibacteriële middelen die systemisch worden toegediend, is gereserveerd.

Omwille van gelijkenissen in werkingsmechanisme en -spectrum, farmacokinetiek en -dynamiek kan na parenterale toediening van penicilline G overgeschakeld worden naar orale cefalexine voor het verderzetten van de therapie.

Cefalexine heeft een voornamelijk Gram-positief spectrum, is tevens werkzaam tegen Escherichia coli, maar is niet efficiënt tegen Pseudomonas aeruginosa en bepaalde Proteus stammen.

E. coli vertoont vaak verworven resistentie tegenover amoxicilline. Ook Proteus stammen vertonen regelmatig resistentie tegenover amoxicilline. Penicilline G en amoxicilline zijn niet werkzaam tegen β-lactamase producerende stafylokokken. Staphylococcus aureus stammen die β-lactamase produceren, komen regelmatig voor. Cefalexine en de combinatie amoxicilline + clavulaanzuur zijn werkzaam tegenover dergelijke stammen.

Amoxicilline en amoxicilline + clavulaanzuur zijn niet werkzaam tegenover Pseudomonas aeruginosa.

Doxycycline is niet werkzaam tegen Pseudomonas spp. en Proteus spp. S. aureus, (β-hemolytische) Streptococcus spp. en E. coli kunnen resistentie vertonen tegenover doxycycline.Tetracycline resistentie wordt vaak gerapporteerd bij Gram-positieve kokken.

De combinatie van penicilline G met neomycine is vergund voor intramusculaire/subcutane toediening, maar werd niet behouden voor classificatie, omwille van de neveneffecten bij parenteraal gebruik (voornamelijk nefro- en ototoxiciteit).