Infecties van de mondholte

Gram-negatieve anaëroben en Gram-positieve aërobe kokken

Indicaties en opmerkingen

Stomatitis is een uitgebreide ontsteking van de mucosa waarbij alle structuren in de mondholte betrokken kunnen zijn. De ontsteking kan zich ook uitbreiden naar onderliggende submucosale weefsels.

De oorzaken van stomatitis zijn zeer uiteenlopend en omvatten anatomische, metabole, immuungemedieerde, infectieuze, traumatische en toxische factoren.

Er kunnen veel systemische oorzaken aangehaald worden voor stomatitis waaronder virale bovenste luchtweginfecties, Feline Leukemie Virus (FeLV), Feline Immunodeficiëntie Virus (FIV), renale dysfunctie en immuungemedieerde aandoeningen waaronder Lupus, Pemphigus, …

Een parodontale aandoening is een veel voorkomende predisponerende factor voor stomatitis.

Bij tandabcessen is het aangewezen een niet-steroïdale ontstekingsremmer (NSAID) als pijnstiller toe te dienen. Bij fistulatie of vermoeden van abcedatie, radiografisch gediagnosticeerd, is antibioticumtherapie aangewezen. Antibiotica dienen echter altijd gecombineerd te worden met een extractie van de tand of wortelkanaalbehandeling.

Bij de diagnose is het belangrijk een systemische onderliggende oorzaak uit te sluiten met behulp van een uitgebreid labo-onderzoek. Verder dient er een grondig oraal en parodontaal onderzoek plaats te vinden. Cultuur is enkel aangewezen bij vermoeden van Candida albicans infectie. Het vinden van een bacterieel oorzakelijk agens via cultuur is, omwille van de uitgebreidheid van de bacteriële mondmicrobiota, niet betrouwbaar. Bioptname kan bijdragen tot de diagnostiek.

Elke behandeling start met een grondige parodontale behandeling. Bij het terugvinden van een onderliggende oorzaak wordt er een specifieke therapie uitgevoerd. Een symptomatische therapie is zeker aangewezen, ongeacht of er een specifieke therapie kan ingesteld worden.

Een systemische antibioticatherapie kan ingesteld worden om een secundaire bacteriële infectie te behandelen, vooral in het geval van erge gingivitis of orale ulceraties.

Keuze van het antibioticum/chemotherapeuticum. (Klik op de naam om de bijsluiter te raadplegen)

Eerste keuze(s)
metronidazole amoxicilline + clavulaanzuur clindamycine metronidazole + spiramycine
Tweede keuze(s)
cefalexine penicilline G amoxicilline doxycycline
Derde keuze(s)
cefovecin pradofloxacine

+ Aanvullingen

Orale toediening van clindamycine of doxycycline capsules of tabletten in de afwezigheid van voedsel of water kan leiden tot letsels ter hoogte van de slokdarm (erosies, ulceraties, strictuur) bij katten.

Cefalosporines (cefalexine, cefovecin) zijn niet werkzaam tegen bepaalde Bacteroides species.

Penicilline G en amoxicilline zijn niet werkzaam tegen β-lactamase producerende stafylokokken. Ook Bacteroides spp. kunnen ongevoelig zijn. De excretie van amoxicilline via de speekselklieren is minimaal.

Gram-positieve aërobe kokken die drager zijn van het erm gen vertonen kruisresistentie tegenover macroliden (spiramycine) en lincosamiden (clindamycine). Resistentie tegenover macroliden en lincosamiden kan gelinkt voorkomen met resistentie tegenover tetracyclines (doxycycline).

Tetracyclines (doxycycline) hebben een breed werkingsspectrum, maar de gevoeligheid van anaëroben en Gram-positieve aërobe kokken is variabel.

De combinatie van penicilline G met neomycine is vergund voor intramusculaire/subcutane toediening, maar werd niet behouden voor classificatie, omwille van de neveneffecten bij parenteraal gebruik (voornamelijk nefro- en ototoxiciteit).