Wonden en huidabcessen

Pasteurella multocida, beta-hemolytische streptokokken, Staphylococcus spp., anaëroben (mondflora)

Indicaties en opmerkingen

Huidwonden bij katten kunnen verschillende oorzaken hebben (trauma zoals vechten, aanrijding, chirurgie,…) en vereisen een lokale behandeling, waaronder het reinigen en spoelen van de wonde, het verwijderen van dood weefsel en een topicale antiseptische behandeling. Bij geïnfecteerde traumatische wonden kan een systemische antibioticabehandeling noodzakelijk zijn.

Subcutane abcessen komen zeer frequent voor bij de kat. Ze ontstaan daar waar de bacteriën geïnoculeerd worden in de huid door punctiewonden, naar aanleiding van bijvoorbeeld bijtwonden of andere traumata. Een scala aan bacteriën kan dergelijke letsels koloniseren, waaronder Pasteurella multocida, beta-hemolytische streptokokken, Staphylococcus spp. en anaëroben (mondflora).

Diagnose: deze wordt meestal gesteld aan de hand van de historiek (vechten/aanrijding) en het aantonen van de intredewonde.

Differentiaal diagnose: hierbij moet gedacht worden aan een vreemd voorwerp, een neoplasie, of een andere bacteriële oorzaak. Bij vermoeden van actinomycose, nocardiose, mycobacteriose kan best contact opgenomen worden met een bacterioloog/patholoog vooraleer tot staalname over te gaan.

Het is uitermate belangrijk de wonde of het abces goed te spoelen en te reinigen. Indien het gaat om een uitwendig abces dat goed opengelegd, gedraineerd en gespoeld kan worden, kan een uitwendige behandeling met antiseptica volstaan. Systemische antibioticabehandeling is enkel aangewezen bij risico op uitbreiding naar diepere weefsels. De keuze van het antibioticum dient gebaseerd te zijn op een gevoeligheidsbepaling.

Keuze van het antibioticum/chemotherapeuticum. (Klik op de naam om de bijsluiter te raadplegen)

Een antibioticabehandeling heeft als doel een eventuele septicemie te bestrijden en dient niet aangewend te worden om de infectie lokaal te controleren. De meeste antibiotica zijn bovendien niet actief in de aanwezigheid van etter.
Eerste keuze(s)
cefalexine metronidazole penicilline G chloortetracycline 1clindamycine lincomycine
Tweede keuze(s)
amoxicilline amoxicilline + clavulaanzuur
Derde keuze(s)
cefovecin enrofloxacine marbofloxacine pradofloxacine
Voetnoten

1: Chloortetracycline heeft een vergunning voor topicaal gebruik.

+ Aanvullingen

Omwille van gelijkenissen in antibacterieel spectrum kan na parenterale toediening van lincomycine overgeschakeld worden naar orale clindamycine voor het verderzetten van de therapie. Orale toediening van clindamycine capsules of tabletten in de afwezigheid van voedsel of water kan echter leiden tot clindamycine-geassocieerde letsels ter hoogte van de slokdarm bij katten.

Penicilline G, clindamycine en lincomycine hebben een Gram-positief werkingsspectrum. Ook cefalexine heeft een overwegend Gram-positief werkingsspectrum. De Gram-negatieve Pasteurella spp. zijn doorgaans ook gevoelig aan penicilline G en cefalexine.

De meeste anaëroben zijn gevoelig aan lincosamiden (vnl. clindamycine), penicilline G, amoxicilline + clavulaanzuur en pradofloxacine. De werkzaamheid van cefalexine tegenover anaëroben is variabel. Enrofloxacine en marbofloxacine zijn niet werkzaam tegenover anaëroben.

Penicilline G en amoxicilline zijn niet werkzaam tegenover β-lactamase producerende stafylokokken. Streptococcus spp. zijn daarentegen altijd gevoelig aan penicilline G.

Omwille van gelijkenissen in werkingsmechanisme en -spectrum, farmacokinetiek en -dynamiek kan na parenterale toediening van penicilline G overgeschakeld worden naar orale cefalexine voor het verderzetten van de therapie.

De combinatie van penicilline G met neomycine is vergund voor intramusculaire/subcutane toediening aan katten, maar werd niet behouden voor classificatie, omwille van de neveneffecten bij parenteraal gebruik (voornamelijk nefro- en ototoxiciteit).